Preek HC 9

Tekst: HC Zondag 9

Gemeente,

Wanneer onze kinderen het basis- onderwijs achter de rug hebben, en zij gaan op een of andere middelbare school, waar zij voortgezet onderwijs ontvangen, is de kans niet gering dat zij in aanraking komen met wat men noemt de evolutie- theorie. Op ettelijke scholen gaat men daar gewoon van uit; dankzij een langzame ontwikkeling, een evolutie, zou de aarde en alle leven op aarde ontstaan zijn. de tijd lijkt voorbij, dat alle christenen unaniem deze theorie verwierpen. Ook op tal van scholen die de naam ‘christelijk’ dragen, en door tal van leraren, die leden zijn van een of andere kerk, wordt deze theorie tegenwoordig aangehangen en geleerd. Men loochent daarmee in feite de schepping. Immers wil men nog van schepping spreken, dan moet daarmee bedoeld zijn een schepping uit het niets.

Van hoe groot belang het is, dat wij als christenen vasthouden aan deze leer van een schepping uit het niets, zal u vanuit de Catechismus worden duidelijk gemaakt. Wij zijn toegekomen aan Zondag 9 van onze HC. Nog even herinneren wij u aan hetgeen vorige zondag besproken werd. Toen ging het eerst over de Twaalf Artikelen en daarna over de Drie-eenheid. Wij hoorden dat de 12 artikelen, anders gezegd onze Algemene Geloofs Belijdenis, gedeeld kan worden in drie stukken. Er wordt in die Geloofsbelijdenis gesproken over God de Vader en onze schepping, over God de Zoon en onze verlossing, en over God de Heilige Geest en onze heiligmaking. Daarna sprak de Catechismus in de vorige Zondag over Gods Drie- eenheid; immers als er een Vader, een Zoon en een Heilige Geest is, dan zijn er drie Personen en toch geloven wij in maar één God. Wij belijden dus de Drie-eenheid.

Maar nu, in de zondag die vandaag aan de beurt is, gaat de HC een stapje verder. Nu gaat het in het bijzonder over God de Vader en onze schepping! Zo is het in Zondag 9, die heden aan de beurt is, zo is het óók in Zondag 10 die erop volgt. Laten wij de Vraag nog eens lezen: ‘Wat gelooft gij met deze woorden: Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde?’ Dat is, zoals u wel hoort, het EERSTE artikel uit onze AGB! Welk een machtige belijdenis: Ik geloof in God de Vader. Alleen al die Vader-naam! Een christen, want in onze HC is de christen aan het woord, houdt God voor zijn Vader, noemt Hem Vader, belijdt Hem als Vader. En wie is deze Vader? Hij is zeer machtig, Hij is zelf Almachtig! Christenen hebben een almachtige Vader! Ja, er is nog méér van Hem te zeggen. Hij is Schepper. Hemel en aarde heeft Hij voortgebracht. Déze Vader! En Hij regeert alle dingen – deze Vader. En hij onderhoudt ook nog eens alle dingen- deze goddelijke Vader! Het is waarlijk niet gering van betekenis wat de christen belijdt als hij zegt: Ik geloof in God de Vader… Dat is een zeer tróóstvolle belijdenis! In alle omstandigheden van het leven; wij hebben een hemelse Vader. Het is een zeer krachtige belijdenis. In alle aanvechting en nood – dit houvast: God onze Vader! Het is een zeer sprekende belijdenis. Wij laten het de hele wereld horen, die God, die onze Vader is, is de Schepper van de hemel en de aarde! Hij is de Schepper van alle mensen. Ieder is maar een schepsel, een stukje werk van Zijn hand. Ieder moet Hem eren, die God, de Schepper – onze Vader. Ik geloof in God de Vader… Laten wij nu eens zien wat er staat in het Antwoord. Ik pak eerst de hoofdzin, die luidt als volgt; ‘Dat de eeuwige Vader van onze Heere JC om zijns zoons Christus’ wil mijn God en Vader is.’ Kijk, dat is de hoofdzaak. Dat is de kern van dit antwoord. Wat er verder in dit Antwoord staat, zijn bij- zinnen. De hoofdzin is: Deze God is mijn Vader. En gemeente, wij kennen wel de betekenis van een vader. God heeft de mens zó geschapen, dat hij een vader en een moeder heeft. Wat een voorrecht als men die vader en moeder behouden mag tot de jaren der volwassenheid toe. Ieder zal eens zijn vader en zijn moeder moeten verliezen, maar vooral in de jonge jaren is dat erg moeilijk. Wij hebben het nu verder niet over een moeder, wij zullen het hebben over een vader!

Wat doet een vader? Hij zorgt voor zijn kinderen! Hij werkt voor die kinderen. Hij draagt er zorg voor, dat zij eten, kleren en onderdak hebben. Dat zij niets tekort komen. Hij heeft zijn kinderen lief! Hij biedt zijn kinderen bescherming. Hij geeft aan zijn kinderen leiding. Wij kunnen maar heel moeilijk in onze jonge jaren zonder een vader. Als vader is weggevallen, dan moet moeder de taak van vader erbij nemen, maar dat valt haar zwaar. Zie, dat is de betekenis van een vader. Dat wil zeggen: van een áárdse vader. Want hemels en goddelijk zijn wij vaders niet. Hoe groot als vader onze betekenis ook is voor ons gezin, wij staan er machteloos bij. Komt er oorlog, wij, vaders kunnen onze kinderen niet beschermen. Komt er honger, wij, vaders zijn niet bij machte hen te voeden. Dat zal men dus wel in het oog moeten houden. Aardse vaders hebben grote betekenis, maar uiteindelijk is hun betekenis toch beperkt. Bij Gód is dat anders! Hij is een nog veel uitnemender Vader, Hij is een veel machtiger Vader, Hij is een veel betere Vader. Hij ís een Vader! Hij is een Vader voor alle gelovigen; klein groot; voor allen die Hem vrezen; voor allen die Hem aanhangen en Hem aanroepen, en als een kind leven voor Zijn aangezicht. Hij IS Vader! De HC noemt Hem de eeuwige Vader van onze Heere JC. Dat is in ons Antwoord de eerste ere -titel die Hem gegeven wordt. de eeuwige Vader van onze Heere JC! Zulk een Vader hebben wij, die van eeuwigheid is! God is nooit geboren, Hij is van eeuwigheid. Hij blijft ook tot in eeuwigheid.

Reeds van eeuwigheid heeft Hij een Zoon, en die Zoon is JC. Daarom zegt de Cat: De eeuwige Vader van onze Heere JC. Maar zie, deze eeuwige God, de Vader van JC, wil ook onder de mensen zijn kinderen hebben. Is dat niet een wonder? Waarlijk, God heeft ons niet nodig! Hij heeft genoeg aan zijn eniggeboren Zoon, en in ons is niets wat voor God aantrekkelijk zou kunnen zijn, om ons tot Zijn kinderen aan te nemen. Geen schepsel is weerbarstiger voor God dan de mens, en zie, toch heeft Hij zich uit de mensen kinderen verkoren. Wie zijn dan zijn kinderen? Dat zijn allen die de Heere JC toebehoren. Allen die met een oprecht geloof op JC vertrouwen tot zaligheid. Door het geloof zijn wij leden van het lichaam van Christus, is Hij ons Hoofd, is Hij onze oudste Broeder. En is Christus onze oudste Broeder, dan zijn wij kinderen Gods, dan zeggen wij: Mijn Vader… Ik weet het gemeente, wij kunnen het er erg moeilijk mee hebben, God onze Vader te noemen. Wij weten maar al te goed dat wij wel met onze lippen kunnen zeggen: God is mijn Vader, terwijl het toch misschien in werkelijkheid zo niet is. Het is met lippentaal alleen niet gedaan. Het zal ook waarheid en werkelijkheid moeten zijn. laten wij er dit van zeggen: als werkelijk in ons leeft een kinderlijke genegenheid tot God, dan zal de hemelse Vader ons waarlijk niet verstoten! Als tien vaders op een rijtje staan en moeder komt langs met haar kind, dan behoeft u er echt niet aan te twijfelen of dat kind wel naar zijn eigen vader zal lopen. Het kiest onmiddellijk eigen vader er uit. Kijk, als wij een kind van God zijn dan is dat ook zo. Wij kiezen Hem er uit, en wij zeggen: U zoekt mijn hart! Zoals er liefde is van een vader tot zijn kind, zo is er ook liefde van het kind tot de vader.

 

Is er in uw hart liefde tot God? Een oprechte en zuivere liefde? Tracht ge op Hem te vertrouwen? In alle dingen van het leven? Bent u bereid uw ziel en zaligheid in zijn handen te geven? Is het werk van de Vader in het zenden van Zijn Zoon, tot verlossing van zondaren, de hoop van uw leven? Zegt ook u weleens met een berouwvol hart, evenals de verloren zoon: ik zal opstaan en tot mijn vader gaan en zal zeggen: Vader, ik heb gezondigd? Zie, dan zult ook u mogen zeggen, zij het misschien met heel veel vrees en beven, wat hier staat in de Heidelberger: De eeuwige Vader van onze Heere JC is om zijns Zoons Christus’ wil mijn God en Vader.

Maar kom, gemeente, laten wij nu ook eens kijken naar de bijzinnen in ons antwoord. De hoofdzin hebben wij gehad, maar ook in de bijzinnen staat zoveel.

 

Wij beginnen bij het begin: Dat de eeuwige Vader van onze Heere JC, die hemel en aarde, met al wat er in is, uit niet geschapen heeft, eerst maar eens tot zo ver. Hemel en aarde heeft God dus uit niet geschapen. Al aan het begin van uw bijbel kunt u dat lezen. Telkens lezen wij in Genesis 1 ‘En God zeide’, en dan was er, op datzelfde ogenblik, wat God wilde dat er zijn zou. Zo ging het op de eerste dag, zo ging het op de tweede dag, zo ging het alle dagen. Alles uit het niet geschapen. Er was niets, er was alleen God zelf; toen Hij begon te scheppen. Er was geen hemel, er was geen aarde, er waren geen engelen, er was niets. Alles kwam er pas, doordat God het schiep. Al wat er is, is schepping Gods! Niet werk van mensen, maar Zíjn werk. Het is ook niet ontstaan vanzelf, of door verborgen krachten die in de aarde zelf zouden wonen, nee, het is geschapen. U zegt: is dat zo belangrijk? Ons antwoord is: Zeer zeker. Als wij bestrijden de evolutie- theorie, die ons leert dat alle dingen vanzelf, in een langzaam proces, ontstaan zijn, dan vechten wij voor ons geloof. Er staat veel en veel meer mee op het spel dan gewoonlijk vermoed wordt. er valt een fundament vn ons geloof ondersteboven, als wij loslaten dat alle dingen door God uit het niet geschapen zijn. ik zal het u duidelijk maken: Stel eens even dat de mensen die een  evolutie leren inplaats van een schepping, gelijk zouden hebben. Wat dan? Moet u horen. Dan zou God niet meer God zijn! ik zal het aantonen: als alles op deze aarde vanzelf onstaan is, dan moet er toch een begin geweest zijn, en waar komt dat begin vandaan? Meestal zegt men dan: Dat begin was er. Stel dat dat waar is, dat er dus altijd al ‘iets’ geweest is, dan – dat is duidelijk- is dat iets eeuwig! En als het eeuwig is, dan is het gelijk aan God. Dan heeft God dus al van eeuwigheid iets tegnover zich gehad, dat even eeuwig is als Hijzelf is, dat betekent: Dan is God niet meer God in de volstrekte zin van het woord. Nog een argument, tegen deze theorie, dat er dankzij evolutie een arde is, waarop wij wonen. Als alles vanzelf gegaan is, dan staat God er buiten. Dan staat God buiten de geboorte van deze wereld, dan staat God ook buiten de geboorte van een mens, dan staat Hij ook buiten mijn geboorte. Dan is het feit dat ik er ben niet te danken aan Hem, maar aan willekeurige omstandigheden. Staat God buiten mijn geboorte, dan staat Hij ook buiten mijn leven en buiten mijn sterven, kortom, dan heb ik niets aan God. Dan hebben wij een God die niets doet, en ook niets kan doen, en dan ben ik, en dan bent u, en dan zijn wij allen overgeleverd aan blinde machten en krachten; dan moeten wij maar afwachten waar de evolutie van deze wereld en van het leven op deze wereld ons brengt!

O arme theorie! Heel mijn geloof valt ermee weg. Al mijn hoop op God, al mijn vertrouwen op God. Ja God zelf valt weg, en ik houd niets over. Alleen mijzelf en een wereld waarin het van kwaad tot erger komt. Wilt u dat, gemeente? U zegt: Nee! Wel laat deze theorie dan varen, en waarschuw zo nodig, ook uw kinderen ervoor.

 

We kijken verder in het antwoord. Er staat: Die ook door Zijn eeuwige raad en voorzienigheid ze nog onderhoudt en regeert. De Cat. wil zeggen: God de Vader heeft niet alleen de wereld geschapen, nee, Hij onderhoudt en regeert haar ook. het werk van God staat nooit stil, het loop nog steeds door. De Heere Jezus heeft eens gezegd, toen Hij op aarde was: Mijn Vader werkt tot nu toe, en ik werk ook. onze God heeft werk met zijn schepping. Hij heeft er zelfs dagelijks werk mee. Alle dingen worden Hem onderhouden. Op een verborgen, voor ons onzichtbare wijze onderhoudt God al wat is, in hemel en op aarde.

Hoe meer wij ons daarin verdiepen, des te wonderbaarlijker wordt het ons, en des te groter wordt God in onze ogen. Heel de schepping is één machtig wonderwerk. Toen Duitsland na de 2e wereldoorlog er weer zo snel bovenop kwam, sprak men van een Witschaftswunder, een wonder van de Duitse economie. In de schepping is een economie die duizenden malen meer dan de Duitse economie een wonde ris. Alles is op aarde aangelegd. Alle grote en kleine dingen grijpen als raderen en radertjes in elkaar. Het één heeft het ander nodig. Niets kan gemist worden. De zon en de maan niet, de grote hemellichamen maar ook niet de bacteriën, hoe klein ze ook zijn. wij hebben er te weinig oog voor, da tis te betreuren! Elk bloempje dat wij in onze hand nemen is een wonder Gods; elk kind dat geboren wordt is wel een tienvoudig wonder Gods. Al zolang de mensheid er is, is de mens bezig de schepping te onderzoeken. Duizenden geleerden van naam hebben hun leven er aan besteed, en nog zijn wij niet klaar; nog is hetgeen wij weten nauwelijks iets. De hand van God is er in. Onzichtbaar. Maar toch zeer wezenlijk. Hij onderhoudt alles. Ons hier, in zijn huis, onderhoudt Hij, elke ademtocht die wij voortbrengen hebben wij te danken aan de verborgen kracht Gods. Wij kunnen zelf niet onze hand opheffen, als niet Hij ons er de kracht toe geeft. Paulus heeft gezegd: In God leven wij, en bewegen wij ons en zijn wij. En niet alleen onderhoud God alle dingen, hij regeert ook alle dingen, zegt de HC. Hoe menig Psalm spreekt niet over de regering Gods! Hij regeert over wolken en winden, over donder en bliksem. Hij regeert over de volkeren der aarde. Hij regeert over elk mensenkind in het bijzonder.

Geen ogenblik staan wij buiten de regering Gods. Wij kunnen ons nooit daarbuiten begeven. Wij kunnen nooit aan de scepter van God ontkomen. Jona vluchtte voor God, maar het lukte hem ook niet; God vond hem op de zee en liet hem uit het schip werpen.

De dichter van psalm 139 zegt: al bedde ik mij in de hel, ook daar zou uw hand mij vinden. God ontvluchten is dus niet mogelijk. Hij regeert. Zelfs de zonden gaat niet om buiten de voorzienigheid Gods. Hoewel God de zonde haat, en hoewel het onmogelijk is dat God Zelf aan de zonde schuldig zou staan, gaat zij toch niet buiten Zijn wil om.

 

De Cat. zegt: Door Zijn eeuwige raad en voorzienigheid. Er is een eeuwige raad Gods. God doet de dingen die Hij doet, naar zijn voornemen, naar Zijn raad! Hij doet ze niet in het wilde weg, Hij doet ze niet naar zij voorvallen. Achter alles wat geschiedt staat een Raad Gods. Er is een voornemen Gods, dat ten uitvoer wordt gebracht. Er is ook een voorzienigheid Gods! Over alle dingen gaat God. Overal heeft Hij de hand in. Niets loopt Hem ooit uit de hand. God komt nooit voor verrassingen te staan. Toeval in de eigenlijke zin van het woord is er niet. He tis er alleen maar voor ons, niet voor Hem. God weet alle dingen, God voorziet alle dingen, God leidt en bestuurt alle dingen. Alle dingen geschieden naar Zijn raad, door Zijn voorzienigheid. Gemeente, wat is God groot! Wij kunnen er ons geen voorstelling van maken. Daarvoor zijn wij te beperkt. Nog nooit heft erop deze aarde en mensenkind zijn ogen opgeslagen en het levenslicht aanschouwd of het was naar de Raad Gods. Nog nooit ins de zon ’s morgens opgegaan en ’s avonds weer ondergegaan dan naar de Raad Gods. Nog nooit  heeft enig mensenkind iets gedaan, of iets gezegd of iets gedacht, of iets begeerd, of het was naar de Raad Gods. Zelfs de duivelen in de hel kunnen zich niet onttrekken aan de Raad Gods.

Elk schepsel moet de Raad Gods uitdienen. Wat in deze wereld geschiedt, is uitvoering van de eeuwige Raad Gods. En zie, die God nu, die alles uit niet geschapen heeft en alles door zijn eeuwige raad en voorzienigheid onderhoudt en regeer, die God, zegt de christen, is mijn God en Vader! Zo’n rijke, heerlijke en machtige Vader heb ik nu! Een christen kan er niet over uit. Zo’n Vader! Om Christus’ wil. Hij is diep verwonderd en dankbaar. U weet het zelf, gemeente, hoe meer aanzien een vader heeft, des te meer aanzien hebben ook de kinderen. Kinderen delen in de voorrechten van hun ouders, niet voor het minst in de voorrechten van hun vader. Heeft vader geld, dan hebben zij het ook rijk; is vader – om maar iets te noemen- een hooggeplaatst man in het openbare leven in staat of maatschappij, de kinderen delen in de eer ervan. Koningskinderen danken aan hun vader, die koning is of aan hun moeder die koningin is, het feit dat zij prinsen of prinsessen zijn. welnu, welke vader staat hoger dan de hemelse Vader? Welke vader is rijker, is machtiger, is heerlijker dan deze Vader? Voet u, welk een eer het is, Hem tot uw Vader te hebben en te mogen zeggen met de christen, in onze Cat: Mijn God en Vader!

 

De HC gaat verder: Op welk ik alzo vertrouw, dat ik niet twijfel, of Hij zal mij met alle nooddruft des lichaams en der ziel verzorgen, en ook al het kwaad dat Hij mij in dit jammerdal toeschikt, mij ten beste keren; daar Hij zulks doen kan als een almachtig God en doen wil als een getrouw Vader.

Op Wie ik vertrouw… op een Vader kan worden vertrouwd. Op deze Vader in het bijzonder. Wij zouden elkaar wel eens extra mogen opwekken om toch op God te vertrouwen. Wij gaan daarin altijd zo mank. Wij dúrven niet op Hem te vertrouwen, of wij willen het niet. Hoe vaak leest u niet in de Bijbel, de oproep: Vertrouw op God! Vertrouw op de Heere. U zegt: dat kan ik niet! Dat zal wel waar wezen, maar daarmee bent u er niet. De Heer wil u helpen. Hij wil u leren op Hem te vertrouwen. Vaders moedigen hun kinderen aan om op hen te vertrouwen. Zij zetten hun kinderen weleens op een stoel of op een tafel en zeggen dan: En spring nu maar, ik zal je opvangen! Zo doet God dat ook. hij moedigt ons aan. Hij weet dat wij van nature ongelovig zijn. dat ons hart barstensvol twijfel zit. Maar Hij zegt: Waag het nu maar, met Mij! Ik zal je helpen. Ik zal je niet beschamen.

Wij mogen ons gans en al aan Hem overgeven! Hem laten regeren. Over ziel en lichaam, over huis en hof. Over vrouwen en kinderen en over alle dingen. Je ziet kinderen vaak achterin een auto. Zij kennen geen vrees, en toch is de weg gevaarlijk, het verkeer eist jaarlijks duizenden doden. Waarom vrezen die kinderen niet? Omdat vader achter het stuur zit. Zo wil de Heere ook dat wij ons door Hem laten verzorgen, naar ziel en lichaam. Hij zegt: Ik zorg voor u! of wij dan niet de middelen moeten gebruiken? Dat moeten wij zeker doen. De Heere wil altijd dat wij gebruiken al de middelen die er maar zijn, maar: Hij regeert!

 

Ik twijfel niet, zegt de christen in onze Cat., of Hij zal voor mij zorgen. Zeg dat deze christen na. Klem u vast aan de almacht en de trouw van God! Naar lichaam en ziel zal Hij voor u zorgen.

En dan spreekt de Cat. over een jammerdal. Hij noemt deze wereld een jammerdal. Dat is Bijbels. Hoeveel vreugde er in deze wereld ook is, hoeveel goeds er in deze wereld ook is, hoeveel vreugde er in deze wereld ook is, hoeveel goede en gezegde dagen er in dit leven ook zijn, toch is de wereld een jammerdal.

Daar komt iedereen op de duur wel achter. Dat ontdekken wij wel. Ieder komt te staan aan het graf van vader en moeder. Ieder komt te staan aan zovele andere graven. En dan de pijn die er is. En de zorgen die er zijn. en de oorlogen en andere ellenden die er zijn. een jammerdal! Hebt u het goed, en bent u gezond, wees dankbaar! Maar denk niet dat het altijd zo blijven zal. Er zullen ook andere dagen komen. Maar weet, al deze dingen schikt God ons toe. Dat zegt de Heidelberger: Hij schikt mij al het kwaad toe in dit jammerdal. Het is niet de hand van een Vreemde die u slaat het is de hand van uw eigen Vader, uw hemelse Vader! Zeker, het is kwaad, maar kwaad uit de hand van een goede God. En Hij doet mij ten beste keren, zegt de christen in ons antwoord. Wil u een bewijs uit de Schrift? Jozef. Hij werd verkocht naar Egypte, en kwam in de gevangenis, wat een ellende! En de oude vader Jacob in zorgen; hem werd wijs gemaakt dat Jozef dood was. Maar dan wordt Jozef onderkoning van Egypte. En n het land Kanaän breekt hongersnood uit. De zonen van Jacob gaan brood kopen in Egypte. Zelf reist op zijn oude dag vader Jacob nog naar Egypte. En wat zegt hij dan, als hij Jozef weer ziet? Wat de mensen ten kwade hebben gedacht, dat heeft God ten goede gedacht! Het kwaad was ten beste gekeerd. Het heeft alles zo moeten zijn, naar Gods wil en raad. Het leek allemaal mis te gaan, en zie het ging toch goed!

Wij denken ook weleens: het gaat allemaal mis, en dan gaat het soms toch goed. Zelfs het levensleed kan goede vruchten dragen. Het kan de mens tot zegen zijn. het lijkt kwaad, en het is ook kwaad, maar de Heere keert het ten beste, en dan is het tóch goed. God kan dat doen, zegt de christen in ons antwoord, als een almachtig God en Hij wil het doen als een getrouw Vader. Wat een geloofsvertrouwen! Zo mag de christen leven. De Heere kan mij helpen en Hij wil mij ook helpen. Want Hij is een almachtige God en Hij is een getrouw Vader. Alle dingen zijn in zijn hand. Hij heeft de middelen om ons te helpen maar voor het grijpen. Hij kan ook het menselijk onmogelijke. Voor de Heere is niets te wonderlijk. Hij is een dokter die voor alle kwalen raad weet, voor wie niemand ongeneselijk ziek is. Hij heeft zelfs een medicijn tegen de dood. Hij kan troosten zelfs al staan wij in de vlammen van een brandstapel. Of zitten wij opgesloten, zoals sommige van onze medechristenen in Oost- Europa in een gevangenis, waarin wij alleen maar staan kunnen, niet een zitten, omdat de gevangenis niet ruimer is dan een paar decimeter. Dan nog kan de Heere bij ons zijn en ons staande houden. En hij wil ook helpen en Hij wil ook troosten, want Hij is een GETROUW Vader. Trouw aan zijn Woord, trouw aan zijn beloften. Trouw aan Zijn verbond. Daarop mag worden gepleit! O God des verbonds, help ons. Sta ons bij. In alle nood naar lichaam en ziel. Verlos ons van de zonden. Delg onze zonden uit. Help ons in de noden van het leven. Wis de tranen van onze ogen. U kunt het, u bent de Almachtige. Dat belijd ik: Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, de Schepper van de hemel en van de aarde. En U wilt het toch, want U bent een getrouw Vader.

 

Ik weet het, ik ben duizendmaal onwaardig. Ik ben niet waardig uw zoon, uw dochter, genaamd te worden. Vader, ik heb gezondigd. Ik zit vol ongeloof en twijfel. Ik van nature een kind des duivels. Maar Gij zijt mijn God. De God des verbonds. Gij wilt mij als een kind en erfgenaam aannemen. En mij van alle goed verzorgen, naar lichaam en ziel. En Gij wilt toch ook in alle kwaad dat mij in dit jammerdal toeschikt, tot mijn best wil veranderen. Daar vertrouw ik op. Daarop tracht ik te vertrouwen. Ik tracht alle twijfel uit te bannen, om te vertrouwen op U. en daarom belijd ik, samen met de kerk van alle eeuwen, dus met al uw volk, over de ganse aarde, en uit alle geslachten: Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde!

 

 

Amen.